Deze installatie heb ik in de enorme Zuiveringshal van het Westergasfabriek terrein gebouwd. Mijn uitgangspunt was om een industrieel bos te maken van grijze kokers. Het werk is hierna geƫvolueerd naar de Machinekamers (1 t/m 4).
Je betreedt een donkere ruimte. De verlichting die aanwezig is, is veranderlijk: er zijn verschillende lichtbronnen in de ruimte, die onregelmatig aan en uit gaan, sommige ervan bewegen. Het is er nooit volledig duister. De ruimte is begroeid met grijze buizen: levende ‘bomen’, met een levend element (beweging door elektriciteit) die lucht blazen in een bolvormige kruin, en dode bomen met grillige takken. Er staan ook losse vormen in de ruimte, rotsformaties waarop het mogelijk is om te zitten. Uit verschillende buizen komt geluid of lucht geblazen. Het aanwezige geluid in de ruimte klinkt mechanisch en elektronisch: het zijn van oorsprong van vogelgeluiden, maar vervormd door kleine eenvoudige ingrepen als vertraging, omkering, vermenigvuldiging en herhaling.
